Ontwikkeling van de autoradio bij Philips

In 1934 kwam Philips met de eerste autoradio, type 241B, op de markt. Door de nogal grote afmetingen van het toestel moest het wel buiten het bereik van de bestuurder gemonteerd worden. De bediening moest dan plaats vinden vanaf een bedieningskastje door middel van flexibele assen (bowdenkabels). Een belangrijke technische vooruitgang was de komst van de ‘triller-omvormer’.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog en de eerste daaropvolgende jaren stagneerden de ontwikkeling en productie van autoradio’s vrijwel volledig. Pas vanaf 1948 toonde de markt enig herstel. De beschikbaar gekomen buizen van de Rimlock serie maakte het mogelijk de afmetingen aanzienlijk te verkleinen. Het eerste apparaat na de oorlog was de NX570V.

Voor verdere verkleining ging de gedachte uit naar een ontvanger waarin de accuspanning direct voor de voeding van de buizen kon worden gebruikt. Buizen die bij een anodespanning van 6 V kunnen werken, konden wel worden gemaakt, met uitzondering van de eindbuis.
Met de komst van de transistor, die slechts een lage voedingsspanning nodig had, kon die gebruikt worden voor de eindtrap van een autoradio.

In samenwerking met de automobielindustrie werd de DIN 75500 norm ingevoerd, waarin de beschikbare ruimte voor inbouw van de autoradio werd vastgelegd.

Toen in 1963 het cassettesysteem werd geïntroduceerd, was meteen duidelijk dat dit ook geschikt zou zijn voor toepassing in de auto. De eerste autocassettespeler verscheen in 1965.

In 1973 werd stereo-FM-ontvangst toegevoegd aan de mogelijkheden in de auto. In de auto is FM echter gevoeliger voor storing. Het is Philips gelukt door de ontwikkeling van de z.g. IAC (Interference Absortion Circuit) techniek stoorpieken uit te schakelen.

Productie van de Philips autoradio vindt plaats in Rambouillet (Frankrijk) en Wetzlar (Duitsland). Vanaf 1977 komen de apparaten ook uit Azie (Singapore).

Het kon niet uitblijven dat ook de microcomputer een plaats zou krijgen in de autoradio. In 1980 introduceerde Philips de MCC (Micro Computer Control) autoradio. Digitalisatie van het afstemgedeelte maakte een multifunctioneel gebruik mogelijk.

In 1987 werd ‘Auto Audio’ als marketing aangepast naar ‘Car-Stereo’. In 1992 werd het ‘Philips Car Systems’.

Voor de autoradio wordt RDS beschouwd als de belangrijkste ontwikkeling sinds FM-stereo.
RDS staat voor Radio Data System en is een communicatiestandaard van de EBU (European Broadcasting Union). Het betreft een revolutionaire methode om verschillende soorten informatie mee te zenden met het radiosignaal.

Het Duitse concern Mannesmann VDO neemt in januari 1998 het Philips Car Systems over. Mannesmann mag de merknaam Philips nog vijf jaar voeren.

Autoradio  type 247B
1937
Autoradio met ingebouwde luidspreker.
Lampen: EF5, EK2, EF5, EBC3, EL2, EZ2.
Triller omvormer: 7656.
Afstandsbediening via bowdenkabels.

Autoradio  type NX570V
1948/49
Eerste model autoradio na de oorlog.
De bediening is direct op het toestel.
Rimlock buizen: EF41, ECH41, EAF42, EAF42, EL42, EL42.
Triller omvormer: 7946.

Autoradio  type NX624V
1953..55
Autoradio met drukknop- en handafstemming.
Buizen: EF41, ECH42, EAF42, EBC41, EL41.
Triller omvormer: AP6000.
Voorzien van een kortegolfvoorzetapparaat AF7505.

Autoradio  type N5X84VT
1958
Hybride toestel voorzien van vijf buizen en een transistor.
Geen triller omvormer meer nodig! De buizen werken op de accuspanning en de eindtrap is voorzien van de OC16 power transistor.

Autoportable  type P3X31T
1963
Draagbare radio voor gebruik als autoradio.
Past in een slee welke onder het dashboard van de auto gemonteerd kan worden.
Zeven transistors.

Autoradio  type 22RN314
1972
Snelle afstemming doormiddel van een nieuw, uniek “turn-o-lock” systeem op zes voorkeurzenders.

Autoradio  type 22RN351
1975
In de auto is FM ontvangst  wat moeilijker te ontstoren.
Philips heeft hiervoor de z.g. IAC (Interference Absorption Circuit) techniek ontwikkeld.

 

Autoradio  type 22RN712
1973
Stereo-autoradio met stereo-cassettespeler en mono cassetterecorder. Inclusief microfoon.
turn-o-lock” afstemming op zes voorkeurzenders..

 

Autoradio  type AC 994
1981
MCC AM/FM stereo autoradio en stereo cassettespeler.
Afkomstig uit de Volvo van Frits Philips.
MCC (Micro Computer Control) zes FM-programma’s naar keuze met geheugen voor 60 zenders, voor on-onderbroken ontvangst van het gekozen FM programma.

Autoradio  type DC 682
1989
PLL kwarts digitale afstemming.
Het Radio Data System (RDS) selecteert informatie, die met radiosignalen meegezonden kan worden.
Met Security Code en voorzien van een beveiligingsslede.

Autoradio  type DC 741
1993
Derde generatie RDS en PLL kwarts digitale afstemming.
Autostore, FM-MG-LG en 36 voorkeurstations.
Met Security Code en afneembaar front.
CD-wisselaarbediening.

 

CD wisselaar  type ARC 026
Ca. 1993
Op afstand bediende wisselaar met een capaciteit van zes CD’s.